Terugblik feedback- en brainstormsessie De Blauwe Cluster

Op 28 september en 10 oktober hebben telkens een 30-tal leden van FMC en de Blauwe Cluster, na een toelichting omtrent de stand van zaken van het speerpuntclusterdossier, gebrainstormd omtrent hun interesse in de verschillende domeinen naar voor geschoven door De Blauwe Cluster, hun persoonlijke drijfveren bij het zoeken naar samenwerking en kansrijke acties op het gebied van innovatie en internationalisering. Op 10 oktober was daarbij ook het Innovatief Bedrijfsnetwerk Offshore Energie vertegenwoordigd.

(1)    Is er interesse in de domeinen van de Blauwe Cluster?

De domeinen naar voor geschoven door de Blauwe Cluster zijn:

  • Coastal protection and use of mineral resources;
  • Renewable energy and fresh water production;
  • Maritime connection;
  • Sustainable seafood and marine biotechnology;
  • Blue tourism;
  • Ocean health and waste solutions

Zowel de bedrijven, kennisinstellingen als havens willen in verschillende domeinen actief betrokken worden en geloven in de meerwaarde van samenwerking over verschillende domeinen heen. Grotere bedrijven zien zichzelf vaker als trekker binnen een domein. De kleinere bedrijven zien zich overwegend als partner of onderaannemer. Specifiek voor het domein “Renewable Energy & fresh water” ziet het Innovatief Bedrijfsnetwerk Offshore Energie een rol voor zichzelf als trekker.  Het domein “blue tourism” is nog grotendeels onbekend terrein voor de deelnemers aan de workshop, maar er wordt beaamd dat dit thema niet mag ontbreken binnen De Blauwe Cluster.

(2)    Op welk moment en met wie willen de deelnemers samenwerken binnen het innovatieproces?

Bij de discussieronde over samenwerking, gaven de grotere bedrijven aan over het volledige innovatieproces, van idee generatie tot grootschalige vermarkting, samen te willen werken met zowel grote bedrijven, KMO’s als kennisinstellingen. Kleinere bedrijven kijken voornamelijk uit naar samenwerking met grote bedrijven. In de eerste fasen van het ontwikkelingsproces, tot en met prototype ontwikkeling en -testing staat samenwerking tussen bedrijven en kenniscentra voorop. Later in het traject zijn bedrijven geneigd om onderling samen te werken voor demonstratie en vermarkting.

(3)    Wat zijn de drijfveren van de deelnemers bij het zoeken naar samenwerking?

Zowel de aanwezige deelnemers van KMO’s als grote bedrijven geven aan dat hun voornaamste drijfveer ligt bij het boeken van economisch succes. Ze zien clustering dan ook als een ideale manier om via samenwerking meer marktkansen te creëren voor hun eigen organisatie. Deze samenwerking komt volgens de aanwezigen vooral tot stand door doelgerichte netwerking, waarbij nieuwe contacten gelegd kunnen worden voor het delen van expertise, voor het zoeken van partnerships voor innovatieprojecten en om tandemaanbiedingen in de markt te zetten. In eerste instantie is de thuismarkt belangrijk, maar daarnaast zien deelnemers vooral ook het nut in van complementariteit voor gezamenlijke internationale marketing.

Kennisinstellingen hebben duidelijk andere drijfveren dan de bedrijven. De motivatie voor hen is de opbouw van expertise en het uitdragen van kennis en kunde en zij zien clustering dan ook vooral als platform voor innovatie.

(4)    Wat zijn de prioritaire aandachtspunten voor de Blauwe Cluster?

Uit de discussieronde over prioritaire aandachtspunten voor de Blauwe Cluster blijkt dat het opzetten en faciliteren van gezamenlijke marketing en het identificeren van marktopportuniteiten voor de leden van de cluster als belangrijkste taken gezien worden. Dit is zeker het geval bij de KMO’s, terwijl de grote bedrijven en kennisinstellingen ook het opzetten van samenwerkingsverbanden met ander clusters in Europa als zeer belangrijk aanstippen.

Minder prioritaire of te vermijden acties zijn het organiseren van opleidingen/trainingen en het opzetten van een gemeenschappelijk informatieplatform. De discussie leerde ook dat de deelnemers voor de Blauwe Cluster een ambassadeursrol zien.

(5)    Hoe ziet men de geografische focus?

Qua geografische focus worden vooral de Noordzeelanden als prioritair beschouwd, gevolgd door het Midden-Oosten. Als reden hiervoor werd verwezen naar het bestaande marktpotentieel gekoppeld aan slaagkansen. Daarnaast is er een grote interesse om in te zetten op een aantal thema’s zoals de “plastic soup” of de problematieken eigen aan eilanden. Opvallend is ook een sterke vraag naar verder marktonderzoek naar mogelijke toekomstige markten zoals Afrika en het Noordpoolgebied.